Rini Biemans laat weten dat hij er is
antenne rotterdam

rini biemans

jfmamjjasond
1610141923273236404549
2711152024283337414650
3812162125293438424751
4913172226303539434852
5183144
week 20 | zondag 20 mei 2012 10:29 uur | 5 bezoekers


Omwonenden van het Oleanderplein praten ter plekke mee over het vergroeningsplan

De Tuinman in de wijk

Doel van het stadsinitiatief van Creatief Beheer is om de ‘Tuinman’ terug te brengen in het Rotterdamse straatbeeld en onze stad op deze manier leefbaarder en aantrekkelijker te maken. Hier de ideeomschrijving, die we de komende tijd gaan uitwerken…

De Tuinman is net als de stadsmarinier of de stadswacht een iconisch figuur voor Rotterdam. De tuinman staat symbool voor groei, menselijke maat, samenwerken, de stad als tuin die ieder jaar mooier wordt.


De Tuinman is een nieuwe stadsprofessional met een visie, methode en team achter zich, die door koppeling van doelstellingen en samenwerking, wijken via een participatieve beheer- en onderhoudspraktijk aanzienlijk groener en kindvriendelijker maakt. Aanpak is gebaseerd op tien jaar ervaring en inzichten opgedaan in de Creatief Beheer praktijk en is in diverse projecten zeer effectief gebleken.


De Tuinman richt zich als een nieuwe stadsprofessional op de ontwikkeling van het ‘sociale groen’ in een wijk. Hieronder verstaan we de ‘natuurlijke’ interactie tussen mensen, planten en dieren. De Tuinman anno 2012 heeft dus naast verstand van planten en de natuur, ook verstand van mensen. Immers in de stad is een vitale buitenruimte een samenspel van mensen, planten en dieren, kortom alles wat groeit, bloeit en ons altijd weer boeit. 


Mensen hebben elkaar en de (stads)natuur nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Traditionele taken als tuinieren, klussen, handwerk en koken hebben naast een direct gezond effect, ook een interactieve communicatieve meerwaarde. Het stimuleert in hoge mate de eigen verantwoordelijkheid en het zelforganiserend vermogen binnen gemeenschappen. De Tuinman streeft naar maximaal beheer en onderhoud en maximaal groen en dit kan alleen als bewoners meedoen en alle professionals samenwerken. Bewoners doen alleen mee als ze het leuk vinden, er goed in zijn en het ook nuttig vinden. Met andere woorden als ze er iets voor terug krijgen. Maar het ‘rendement’ gaat verder. Want een veilige, sociale en groene openbare ruimte is direct gecorreleerd met hogere vastgoedprijzen en betere gezondheid en welzijn voor bewoners.


Creatief Beheer beschouwt een buurtgemeenschap (ongeveer 5000 mensen) als een zichzelf organiserend systeem, dat door structurele en intelligente interventies beduidend beter gaat functioneren.  


Onderhoud van de openbare ruimte met haar perken en borders, veldjes en plantsoenen wordt traditiegetrouw als kostenpost gezien. Voor Creatief Beheer vormen deze groenplekken echter de kansenzones van de stad; een gezonde stad heeft een gezonde buitenruimte.


Groen is goedkoper dan grijs, maar dan moet het wel verzorgd worden. Dit kan alleen als het beheer en onderhoud niet als kostenpost, maar als verdienmodel en ontwikkelaar wordt benaderd. Hetgeen wil zeggen dat er een transformatie dient plaats te vinden van een statisch beheermodel naar een dynamisch groeimodel.


-       Een leefbare buitenruimte ontstaat niet vanachter een bureau, maar in interactie tussen bewoners en bouwers.


-       Iemand moet de eerste paal in de grond slaan om de buurt in beweging te krijgen en die paal hoeft niet meteen op de goede plaats te staan. De bouwers/tuinmensen mogen en kunnen dan ook niet vertrekken als iets ‘af’ is.


-       Een goede buitenruimte is nooit af, maar past zich (langzaam of sneller) aan aan de veranderende wensen en samenstelling van de omwonenden, het is een continu groeiproces.


-       Omwonenden maakt het niet uit of er een gerenommeerd ontwerpbureau aan bijvoorbeeld een plein heeft gezeten, zij willen een plein dat hen bevalt.


-       Omwonenden moeten het betrouwbare gevoel hebben dat zij meegewerkt hebben, dat begint bij het ‘binnenhalen’ van een of twee omwonenden. Niet in zware werkgroepen, of door enquêtes, maar door ze de mogelijkheid te bieden een stuk te adopteren, en een inzet te leveren waar ze vervolgens wel op aangesproken kunnen worden, door een Tuinman die hen kent en de buurtmores begrijpt.


-       Kinderen kunnen en mogen meedoen, bij voorkeur wel zelfs. Hun eigen zichtbare bijdrage levert blijvende herinnering op.


-       Niemand maakt zijn eigen plein vies, eigen is pas eigen door de bijdrage die geleverd is.


De subsidie zal worden ingezet ten einde deze transitie van een statisch beheer- en onderhoudsmodel tot een dynamisch groeimodel te begeleiden. Dit betekent in feite een omkering van de focus van de vele diensten en organisaties, die actief zijn in de wijk. Uit onze ervaring blijkt dat dit het best gefragmenteerd met deelprojecten (waarin doelstellingen worden gekoppeld) en samenwerking kan geschieden, waarbij geleidelijk het totale draagvlak en output groeit.


De subsidie dient per wijk te worden verdubbeld via een privaat publieke financieringsconstructie, waarbij belanghebbende marktpartijen meebetalen aan het transitieproces. De investering in dit traject is relatief laag en geeft op termijn een veelvoudig en duurzaam rendement via waardecreatie gemeenschap en vastgoed (aantrekkelijkere wijk) en kostenreductie (daling zorgvraag, stijging sociale cohesie, minder verhuizingen, minder vandalisme). Er wordt gewerkt met bestaande partijen en budgetten, dus als eenmaal een structurele transitie heeft plaatsgevonden is deze zeer duurzaam.


Opzet is in zoveel mogelijk Rotterdamse wijken een driejarig traject te starten. Als voorbeeld van een dergelijk traject kan de o.a. de Oleanderbuurt (ecowijken) dienen, waar we reeds vier jaar actief zijn en waar het resultaat nu zichtbaar en communiceerbaar is.


Het is de bedoeling dat van het totale project een inspirerende werking uitgaat naar nog meer wijken en dat de ervaring en aanpak worden overgenomen. Immers als meer mensen het begrijpen, werkt het beter. En wie wil er nu niet wonen in een wijk met TUINMAN. Bovendien bespaart het op alle fronten kosten en voegt het waarde toe !


De komende tijd werken we het project verder uit. We hopen dat we een van de vijf projecten worden waarop de Rotterdammers in 2012 kunnen stemmen. Tot die tijd gaan we op zoek naar ‘Vrienden van de Tuinman’, dit zijn organisaties en mensen, die enthousiast zijn over het project en denken te kunnen bijdragen op de een of ander manier…

 

ruud reutelingsperger | 14 november 2011

Civic Virtue By Design
The meaning behind Mayor Bloomberg’s vision for New York City
By Alexandros Washburn
September 5, 2007

In his earth day address, Mayor Bloomberg laid out PlaNYC a series of highly practical steps to improve our city in a period of rapid population growth against a backdrop of global warming. He outlined 127 programs that would work together to support an urban policy that would result in a city not just coping, but improving, through challenging times. The programs are diverse and technical, ranging from tree canopy guidelines to mass transit financing. However, if we step back a moment, we will recognize something else profoundly important in this speech: a new definition of civic virtue for the 21st century.

Civic virtue is the cultivation of habits important for the success of the community. The ideas Mayor Bloomberg laid out are nothing short of a new compact with nature for the urban dweller, an acknowledgment that the success of our city will in large part be determined by our success in managing our environment.

What shape will these civic virtues take? In previous centuries, we learned to express civic virtue through architecture. Will we, like the Greeks before us, invent an architecture that encapsulates these virtues as we build our city to accommodate a million more New Yorkers?

The Greeks may not have invented civic virtue, but they certainly branded the idea with architecture. Think Corinthian column, and you cannot help but think of grand civic buildings of the past. The Corinthian, the most complex of the classical orders, was invented by Callimachus the sculptor in the second half of the fifth century BC. The story goes that he was inspired by nature in his architectural invention. He saw a votive basket that had been placed on the grave of a young girl, where an acanthus plant had grown around it, cupping it with curly leaves and shoots. He took this as his inspiration to chisel a column capitol of unparalleled richness which became the standard for public buildings of the first rank, from the Pantheon in Rome, to our own Farley building in New York (which boasts the longest giant order Corinthian colonnade in the world.)

As much as we admire both buildings, we would not choose to recreate them today. The brand has been diluted. Putting a Corinthian column on your building is literally a joke (Saturday Night Live once did a sketch lampooning the pretensions of “maahble caahlums”). The Corinthian column no longer signifies virtue, civic or otherwise. There has been a paradigm shift away from architecture. What signifies virtue these days is a concern for nature.

Mayor Bloomberg’s speech says it all. To be a better city, we must build green, use mass transit, and restore purity to our water and air, with park access for all. This is a vision of a new type of city for the 21st century: at once more urbane and more natural. It is a marriage of building and landscape that is challenging every notion we have ever had about design.

The paradigm has shifted, and we must change our direction: just as two millennia ago, a sculptor transformed the biomass of the acanthus plant into a template for architecture, using its stalk, leaves and flower as a model for the shaft and volutes of the Corinthian column, we today must transform the rigidities of architecture into the adaptations of nature. The stone column crumbles and is replaced with the growing stalk. Networks of green signify community in ways that the architecture of the past no longer can. City-initiated rezonings center around new public spaces or streetscape improvements and each is crafted in consultation with the community it serves.

Nature is the new civic ideal. To invent the urban design language that will express this is a vital part of the mayor’s challenge. It may happen in surprisingly low-tech ways or it may take advantage of our most advanced science. It may build incrementally on tradition or it may seek entirely new forms. The only certainty is that change is in the air, from planting in our parking lots to rediscovering our waterfronts.

We seek form for the new paradigm. For the generation charged with shaping our city for the next million citizens, we have the advantage that New York is home to the world’s most creative designers. Callimachus, where are you? We will need every ounce of creative strength to bring our city into a new balance with nature and in so doing, define a new civic measure for architecture.

**
Alexandros Washburn is the Chief Urban Designer of New York City, Department of City Planning. He is a principal of W Architecture and Landscape Architecture, and president emeritus of the Moynihan Station Redevelopment Corporation.

photo

Rini | 15 november 2011

Ha Ruud, bedankt voor de input; Goh zou onze Tuinman zomaar de nieuwe Corinthische zuil kunnen worden...

Voor de mensen die het Engels wat lastig vinden hier de Nederlandse vertaling:
In zijn tijd heeft, burgemeester Bloomberg met zijn PlaNYC een aantal zeer praktische stappen vastgesteld om onze stad te verbeteren in een periode van snelle groei van de bevolking tegen een achtergrond van opwarming van de aarde. Hij schetste 127 programma’s die samen in een stedelijk beleid voor de stad resulteren, dat niet alleen omgaat met, maar juist verbetering oplevert in deze uitdagende tijden.
De programma's zijn divers en technisch van aard, variërend van boom baldakijn richtlijnen tot openbaar vervoer financiering. Maar als we op afstand kijken, herkennen we iets anders en zeer belangrijks in deze toespraak: een nieuwe definitie van burgerlijke deugd voor de 21e eeuw.
Burgerlijke deugd is de groei van gewoonten, die van belang zijn voor het succes van de gemeenschap. De ideeën van burgemeester Bloomberg zijn niets minder dan een nieuw pact met de natuur voor de stedeling, een erkenning dat het succes van onze stad voor een groot deel zal worden bepaald door ons succes in het beheren van onze omgeving.
Welke vorm zullen deze burgerlijke deugden aannemen? In de vorige eeuwen hebben we geleerd om burgerlijke deugd te uiten door middel van architectuur. Zullen we, net als de Grieken voor ons, een architectuur uitvinden die deze deugden inkapselt en onze stad voorbereid op een miljoen meer New Yorkers?
De Grieken mogen dan wel niet hebben de burgerlijke deugd hebben uitgevonden, maar het idee zeker van een merk voorzien via de architectuur. Denk Corinthische zuil, en je kan niet helpen te denken aan grote openbare gebouwen van het verleden. De Korinthische, de meest complexe van de klassieke orden, werd uitgevonden door de beeldhouwer Callimachus in de tweede helft van de vijfde eeuw voor Christus. Het verhaal gaat dat hij zich liet inspireren door de natuur in zijn architectonische uitvinding. Hij zag een mand die was geplaatst op het graf van een jong meisje, waar een acanthus plant omheen was gegroeid, met gekrulde bladeren en scheuten. Hij nam dit als zijn inspiratie voor zuil een van ongekende rijkdom, die de standaard werd voor publieke gebouwen van de eerste rang, van het Pantheon in Rome, tot ons eigen Farley gebouw in New York (die beschikt over de langste Korinthische zuilengalerij in de wereld.)
Zo veel als we beide gebouwen bewonderen, we zouden ze vandaag de dag niet opnieuw bouwen. Het merk is verdund. Het plaatsen van een Corinthische zuil op uw gebouw is letterlijk een grap (Saturday Night Live ooit deed een schets lampooning de pretenties van "maahble caahlums"). De Corinthische zuil staat niet meer voor deugd, burgerlijke of anderszins. Er is een paradigma verschuiving weg van de architectuur. De deugd van vandaag is een zorg voor de natuur.
Burgemeester Bloomberg toespraak zegt het allemaal. Om een betere stad te worden, moeten wij bouwen groen maken, openbaar vervoer gebruiken en de zuiverheid van ons water en lucht herstellen met toegang tot parken voor iedereen. Dit is een visie voor een nieuw type stad voor de 21e eeuw: tezelfdertijd meer urbane en meer natuurlijk. Het is het huwelijk van gebouw en landschap dat is een uitdaging die voorbij elke notie gaat, die we ooit gehad hebben over design.
Het paradigma is verschoven en we moeten net als twee millennia geleden onze richting te veranderen. Net zoals een beeldhouwer de biomassa van de acanthus plant in een sjabloon voor architectuur veranderde, met behulp van haar stengel, bladeren en bloem voor de schacht en voluten van de Corinthische zuil, zullen vandaag de dag transformeren de rigiditeit van de architectuur aanpassen aan de natuur. De stenen zuil verbrokkelt en wordt vervangen door de groeiende stengel. Networks of green signify community in ways that the architecture of the past no longer can. Netwerken van groen geven een gemeenschap betekenis op een manier waartoe de architectuur van het verleden niet meer in staat is. Stedelijk-geïnitieerde herstructureringen rond nieuwe openbare ruimten of straatbeeld verbeteringen worden gedaan samen met de gemeenschap die zij dient.
Natuur is het nieuwe burgerlijk ideaal. Om een stedenbouwkundig ontwerptaal uit te vinden, die dit zal bereiken, is een essentieel onderdeel van de uitdaging van de burgemeester. Het kan gebeuren op verrassende low-tech manieren of het kan profiteren van onze meest geavanceerde wetenschap. Het kan stapsgewijs voortbouwen op de traditie of zij kan geheel nieuwe vormen aannemen. De enige zekerheid is dat verandering in de lucht hangt, van planten in onze parkeerplaatsen en het herontdekken van onze waterkanten.
Wij zoeken vorm voor het nieuwe paradigma. Voor de generatie die belast is met het vormgeven van onze stad voor de volgende miljoen burgers, hebben wij het voordeel dat New York is de thuisbasis van de meest creatieve ontwerpers van de wereld. Callimachus, waar ben je? We zullen elk grammetje van creatieve kracht nodig hebben om onze stad in een nieuw evenwicht met de natuur te brengen en daarmee een nieuwe burgerlijke standaard te definiëren voor de architectuur.
** **
Alexandros Washburn is the Chief Urban Designer of New York City, Department of City Planning. Alexandros Washburn is de Chief Urban Designer van New York City, Department of City Planning. He is a principal of W Architecture and Landscape Architecture, and president emeritus of the Moynihan Station Redevelopment Corporation. Hij is een van de belangrijkste van W architectuur en landschapsarchitectuur, en president emeritus van de Moynihan Station Herontwikkeling Corporation.

photo

Polle van Gijzel | 15 november 2011

heej rini,
tof je post van vandaag, het stuk over de tuinman.
ik las het en dacht, misschien als aanvulling:
als ik kijk op het oleanderplein, hoe belangrijk wij eigenlijk zijn voor de kinderen. de kinderen in de wijk leren iets over planten, vegen, timmeren, aanplanten. dingen die ze anders niet zouden leren. ze komen in aanraking met een proces van opbouw, waar ze zelf aan meewerken en zo leren ze hoe je iets als een mooie wijk/tuin kunt opbouwen. en wat daar uit komt: zoals je trots voelen op die tuin/wijk. het gevoel samen iets moois maken. volgens mij een iets heel waardevols om te leren. en kinderen staan er echt voor open zo heb ik gemerkt. anyway, te gek je stuk. ik hoop dat je hier ook nog inspiratie uit kunt halen. morgen weer mooie dingen maken. groet, polle

laat dit veld leeg